Alfa-college
Groningen

Taalhuis spijkert vaardigheden laaggeletterden bij

Johnny (59) bestelde laatst voor het eerst iets op internet. “Ik en de computer waren eerder echt geen vrienden.” De voormalig administratief medewerker zit sinds een tijdje thuis zonder werk en kwam via het UWV bij het Taalhuis in Groningen terecht. Daar krijgt hij - net zoals de overige 33 deelnemers op die locatie – extra begeleiding op het gebied van lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. Om zijn kennis en vaardigheden bij te spijkeren en zo beter mee te kunnen draaien in de maatschappij.

Met de lessen Klik en Tik worden hij en de computer steeds beter bevriend. En kan hij, naast een internetbestelling doen, nu ook internetbankieren, iets op Google opzoeken en een sollicitatiebrief zonder dt-fouten schrijven.

Het Taalhuis is een landelijk initiatief, waarvoor Stichting Lezen en Schrijven een paar jaar geleden de aanzet gaf. In Nederland hebben zo’n 2,5 miljoen mensen moeite met lezen, schrijven, rekenen en omgaan met de computer. De Taalhuizen moeten hier verandering in helpen brengen. In Groningen zijn er inmiddels vier Taalhuizen, met dank aan de gemeente Groningen, ROC’s Alfa-college en Noorderpoort, Humanitas, Groninger Forum en Taal voor het Leven.

Het Alfa-college coördineert twee van de vier in Groningen. De locatie aan de Klaprooslaan heeft Simone van Leusden, coördinator taal- en activeringstrajecten bij het Alfa-college, onder haar hoede: “Mensen uit de wijk kunnen hier terecht met alledaagse vragen, van het invullen van een formulier tot het schrijven van een sollicitatiebrief en het lezen van moeilijke post. Hoeveel betaal je als je 10% korting krijgt? Hoeveel liter verf heb ik voor zoveel m2 nodig? De kracht van het Taalhuis is dichtbij de mensen zitten.”

Midden in de wijk
Letterlijk en figuurlijk dichtbij, want het Taalhuis zit ook écht middenin de wijk. Het is gesitueerd in het Jongerencentrum OosterParkwijk (JOP), omgeven door een picknicktafel, veel groen en een speeltuintje. Medewerker van het WIJ-team Saskia Nijburg komt in haar werk in de wijk veel mensen tegen die wel wat hulp kunnen gebruiken op het gebied van taal, rekenen en digitale vaardigheden. “Wij zijn het eerste aanspreekpunt als mensen in de wijk iets nodig hebben. Van een scootmobiel aanvragen tot vrijwilligerswerk helpen zoeken. We komen iedere dag in aanraking met de doelgroep en krijgen steeds meer door dat financiële problemen vaak samenhangen met laaggeletterdheid.” En dat klopt, want Groningen scoort hoog op de lijst van ‘arme gemeenten’ van het CBS. Niet perse een plek om trots op te zijn.



Schaamte
“Daarom zijn we een hechte samenwerking aangegaan met het Taalhuis”, gaat Saskia van het WIJ-team verder. “Het Taalhuis heeft ons ook geleerd waar we bij mensen op moeten letten, om te ontdekken of ze inderdaad laaggeletterd zouden kunnen zijn. Mensen schamen zich hier vaak voor en zijn er goed in om dit te verbergen. Het is dan ook heel moeilijk om erachter te komen en het bespreekbaar te maken. Bij het WIJ-team vragen we vaak of ze zelf hun naam en probleem willen opschrijven. Dit kan dan een aanleiding zijn om te vragen: “Goh, heeft u vaak hulp nodig bij dit soort dingen?” Hierdoor kun je het gesprek aangaan.”

Individueel traject
Blijkt het dat iemand wel wat hulp kan gebruiken op het gebied van lezen, schrijven, rekenen en omgaan met de computer? Dan koppelt Saskia van het WIJteam die wijkbewoner aan Simone van het Taalhuis. Zij bekijkt wat het niveau is en bepaalt in een intakegesprek wat de leerwens is. Wil iemand nog een diploma halen? Dan kan ze vanuit haar rol bij het Alfa-college diegene koppelen aan het ROC. Wil iemand leren e-mailen, de krant lezen of internetbankieren? Dan stellen ze samen een individueel traject op, dat aansluit op de leerbehoeftes. Vrijwilligers begeleiden de deelnemers en werken met materiaal van Stichting Lezen en Schrijven. “Maar als je met computerles bezig bent en je wilt ineens weten hoe je online je bankrekening in kunt kijken, dan kun je dat ook gewoon vragen. Het hoeft allemaal niet binnen de gebaande paden, zegt deelnemer Johnny Groenboom.Als je wat wilt weten, kan dat altijd wel even tussendoor. Dat is zo fijn!
Verschillende culturen

Naast Johnny lopen er ook veel andere culturen over de drempel van het Taalhuis. Het Taalhuis staat open voor iedereen die wat hulp kan gebruiken op het gebied van taal, rekenen en omgaan met de computer. “We merken bij sommige deelnemers dat hun lessen hier soms maar de enige activiteit in de week is voor ze. Het heeft dus ook een sterke sociale functie”, vertelt Saskia. “Ook dat proberen we te stimuleren, bijvoorbeeld met het Taalcafé dat we na de zomer wekelijks willen gaan organiseren. Wijkbewoners met een migratieachtergrond kunnen hier Nederlanders ontmoeten, Nederlanders die geïnteresseerd zijn in andere culturen kunnen hier ook terecht. Samen spelen ze spelletjes, drinken ze koffie, hebben ze het gezellig.We gaan binnenkort ook deelnemers vragen een gezond recept uit eigen land te koken voor een groep mensen, tijdens een middag Werelds Koken. Ook hierin komen veel elementen samen die goed zijn voor hun ontwikkeling: boodschappen doen, kosten berekenen, uitleg geven over de gerechten.”


De taal verleerd
Terwijl Saskia en Simone aan het woord zijn, zitten twee vrijwilligers op de achtergrond elk aan een tafeltje met een eigen deelnemer. Zij doen mee aan de taalcursus ‘WIJ spreken’, die bedoeld is voor statushouders die maar heel summier Nederlands spreken. Saskia: “Dit zijn vaak mensen die al lang geleden zijn ingeburgerd, maar waarbij de kennis van de Nederlandse taal verwaterd is. Bijvoorbeeld omdat ze weinig contact hebben buiten hun eigen netwerk van landgenoten om. Fietsen verleer je nooit zeggen ze, maar een taal wel. Gelukkig pakken ze het weer snel op.”

De vrijwilligers en deelnemers werken aan hun woordenschat, vaak aan de hand van thema’s. “Allemaal thema’s die dichtbij hun belevingswereld liggen: gezondheid, familie en vrienden, boodschappen doen, naar de dokter, sport, vakantie, kleding en uiterlijk. We oefenen in de context en merken dat dit goed werkt”, vult Simone aan.

Eindelijk zelf haar abonnement opgezegd
Naast dat het Taalhuis zelf veel verbinding zoekt met de wijk, worden de meeste deelnemers doorverwezen door ‘toeleiders’ in de stad, zoals het UWV en de gemeente. De grootste doorverwijzer zijn de WIJ-teams, die de wijkbewoners vaak het beste in beeld hebben. Vaak zijn dit mensen die qua niveau tussen mbo-2 en mbo-3 in zitten. Mensen die wel kunnen lezen en schrijven, maar niet voldoende. “En ze komen hier omdat ze dat zelf graag willen. Er wordt ze niks opgelegd, want dat werkt niet. Mensen willen vaak meer grip op hun eigen zaken, meer zelfredzaam worden, meer zelfvertrouwen krijgen”, vertelt Simone.

Saskia gaat verder: “Eerder dit jaar vertelde een deelnemer mij dat het haar eindelijk was gelukt haar telefoonabonnement op te zeggen. Dat probeerde ze al een hele tijd, maar ze kreeg het niet voor elkaar. Nu ze WIJ spreken had gevolgd, lukte het wel, vertelde ze vol trots en ontroering. Kijk, dacht ik. Daar doen we het nou voor!”

Vakdiploma op CV
Nog een diploma halen van een bepaald vak, zodat je dit op je cv kunt zetten en je daarmee weer meer kans maakt in de arbeidsmarkt kan daar ook bij horen. Als deelnemers aangeven dat ze dit willen, kan Simone hen - met haar korte lijntjes met het mbo – verder helpen bij het Alfa-college. Die heeft sinds kort een bijzondere tak binnen de afdeling Inburgering en Educatie, waar mensen bijvoorbeeld een diploma Nederlandse taal kunnen halen. En zo ook officieel kunnen aantonen dat ze bekwaam zijn in dat specifieke vak. “De animo daarvoor is zo groot, dat we nu meerdere momenten in het jaar gaan aanbieden om in te kunnen stromen. Onlangs de eerste diploma’s uitgereikt, heel bijzonder”, vertelt Simone trots.

Sneller gaat niet
Eén van de mensen die hopelijk zijn diploma straks in ontvangst mag nemen, is Johnny. Johnny heeft niet alleen de computerlessen Klik en Tik gevolgd en zich klaargestoomd op het halen van zijn VCA-diploma via het Taalhuis, maar is ook doorgestroomd naar de Nederlandse lessen op het Alfa-college. “Maandag hadden we het bij het Taalhuis over de punten uit een verhaal kunnen halen”, vertelt Johnny. “De kern uit een tekst halen, bedoel je toch?”, vult Simone aan. “Ja, dat bedoel ik”, zegt Johnny. “Toen zei ik tegen Simone: “Daar wil ik tijdens mijn Nederlandse les mee bezig.” Op dinsdag, de volgende dag, hebben we dit gelijk in de les opgepakt. Sneller gaat echt niet. Geweldig!”

Visitekaartjes
Hoewel de meeste deelnemers zich vaak schamen voor hun laaggeletterdheid, omdat het nog zo’n taboe is in onze maatschappij, schreeuwt Johnny het bijna van de daken dat hij zo blij is met het Taalhuis: “Sinds ik hier kom gaat mijn leven in een stijgende lijn. Ik zie alles anders, breder. Er gebeuren nu ook alleen maar leuke dingen. Je bent gek als je zo’n kans laat lopen. Heb laatst al een hele stapel visitekaartjes van Simone naar het UWV gebracht, hopelijk komen daardoor nog veel meer mensen zoals ik naar het Taalhuis!”, sluit Johnny enthousiast af.